Scheefgroei

In het blad ‘Mezza’, een bijlage  bij het A D , las ik in het nummer van 29 januari een interview met Marjolein Moorman, wethouder  Onderwijs, Armoede  en Inburgering in Amsterdam .

Daarin komt de problematiek van de ‘ongelijkheid’ in de samenleving, en met name de  ongelijkheid die, zegt men, veroorzaakt wordt door het onderwijs, beknopt maar duidelijk aan de orde.

Mevr. Moorman, houdt niet zo van termen als ‘de sociale ladder beklimmen’ en ‘ van een dubbeltje een kwartje worden’ en zegt daarover o.m.:  ‘We hebben van de samenleving een wedstrijd gemaakt. Daardoor is de gelijkwaardigheid van mensen onder druk komen te staan. We kijken op tegen degene die boven aan de ladder staan en neer op degenen die dat niet hebben bereikt. Succes is zogenaamd een keuze, en pech heb je aan jezelf te wijten.’

Ik weet eerlijk gezegd niet of wij dit steeds meer zijn gaan denken. Dat is in ieder geval niet erg verstandig. Iedereen weet, van jongsaf aan, dat hij niet in alles kan uitblinken : de buurjongen kan harder lopen, het buurmeisje kan mooier zingen enz.

Zo is het ook met intelligentie. Mevr. Moorman  weet dat ook want ze zegt: ‘Ik heb zelf veel kansen gekregen in mijn leven, ik had lieve ouders, de meevaller dat ik hersens had en dat ik kon promoveren.’

Het aangeboren talent èn een gunstige omgeving, dat zijn nu eenmaal heel belangrijke factoren voor al of niet slagen in het leven. En het onderwijs is daarbij een belangrijke instelling die voor een deel bepaalt op welke plaats en op welk niveau men terecht komt in de samenleving. Helaas is deze sorteermachine niet altijd eerlijk. Ze houdt er geen rekening mee dat sommige leerlingen op school komen  met een handicap die al snel tot een achterstand leidt, en het onderwijs wordt vaak niet goed gegeven zodat leerlingen onvoldoende leren. En dat heeft o.a. tot gevolg dat kinderen  van welgestelde ouders bijles ontvangen  om toch een voorsprong te krijgen

Maar wie veel bijles krijgt denkt misschien dat hij daardoor ook slimmer is geworden.  Dat is niet het geval en dat kan zich wreken als men daardoor een ‘level of incompetence’ bereikt: men wordt wel dokter of advocaat maar schiet eigenlijk tekort in intelligentie. Voeg daaraan toe dat veel studies erg zijn versmald dan blijkt dat we met steeds meer mensen zitten, zogenaamd aan de top , die níet  algemeen gevormd zijn, maar weinig weten buiten hun specialisme en soms pijnlijk tegen hun onkunde oplopen.

Het is onjuist en ongewenst, zoals Mevr. Moorman zegt, als mensen niet de goede, de ‘eigen’ plek kunnen innemen in de samenleving en dat geldt zowel voor het hogere als voor het lagere niveau.

Het probleem is nu, naar mijn oordeel, dat er teveel kinderen naar het algemeen vormende onderwijs gestuurd worden  en te weinig naar het beroepsonderwijs. Er is daardoor een scheefgroei die wellicht erger is dan nu wordt gedacht : teveel hoger opgeleiden die zich niet lekker voelen tijdens de studie en die straks niet op het beoogde niveau, met bijbehorend salaris, terecht komen. 

Terwijl er grote tekorten zijn aan goed opgeleide , bekwame vaklui, die ongehinderd door studieschulden en aanpassingsproblemen, dadelijk aan de slag kunnen .

J.C. Traas