Nieuwe schoolstrijd

We weten langzamerhand wel dat het slecht gaat met het Nederlandse onderwijs. En we hebben ook wel een idee over de oorzaken: minder lesuren, minder goed opgeleide leraren, minder discipline. Een artikel van David Roelofs in de Volkskrant van 14 april wijst op nog een ander aspect dat zeer schadelijk is.

Hij schrijft: “In het Nederlandse onderwijs is een nieuwe schoolstrijd gaande. Er is de rationele beweging met onderwijsvormen die bewezen effectief zijn om het leren van leerlingen te verbeteren, zoals directe instructie, een kennisrijk curriculum en een leraar in een klaslokaal als ideale leersetting. Daartegenover staat een romantische beweging: de “unschooling-hype”, die de leraar vervangt door een coach, de leerling zelf laat kiezen wat hij leert, liefst buiten in de natuur en los van toetsen, deadlines of vooraf geformuleerde leerdoelen.”

Blijkbaar is dat nog een erfenis van de jaren zestig en zeventig: het los willen laten van oude waarheden en regels: vrij zijn! Ik weet wel zeker dat omstreeks 1950 alle lagere scholen in Nederland hetzelfde leerplan hadden en hanteerden. Of je naar een dorpsschool in Zeeland of in Friesland of In Limburg ging, je leerde van rekenen en cijferen grondig de basisregels, je kon werken met breuken, met percentages, met oppervlakte en tijd en die kennis kon een leven lang mee.

Voor de andere vakken gold hetzelfde: lezen en schrijven, geschiedenis en aardrijkskunde, waar nodig rijtjes leren enz. Je zou kunnen zeggen dat het een nationaal programma was, want je leerde ook vaderlandse liederen en die kwamen later nog wel eens van pas tijdens groepsreizen per bus.

Als scholen dit alles loslaten heeft de leerplicht niet veel zin meer. De traditionele school bood en biedt een degelijk fundament van kennis en vaardigheden waarop prima voortgebouwd kan worden. Dat is al meer dan honderd jaar bewezen – als leerrecht – en kan nog steeds goed functioneren. Het minste dat je van de overheid mag verwachten is dat ze dit principe bewaakt en bevordert.

J.C. Traas