De afgelopen weken werd ik getroffen door twee berichten in de krant, beide zorgwekkend, die dacht ik misschien iets met elkaar te maken hebben. Het eerste bericht, in de Volkskrant, betrof een interview met Jolanda van Gerwe, een pedagoge die zich met haar organisatie Join Us inzet voor de bestrijding van eenzaamheid onder jongeren.
Een groot probleem want niet minder dan 418 duizend jongeren lijden aan langdurige eenzaamheid. De organisatie van Jolanda heeft ondertussen een team van 23 mensen dat zich inzet om jongeren uit hun trieste isolement te halen, gelukkig vaak met succes.
Het tweede bericht stond in het AD en is grotendeels afkomstig van de demograaf Jan Latten. Hij vindt het zorgwekkend dat het geboortecijfer in ons land nog steeds daalt. In tien jaar tijd daalde dit aantal van gemiddeld 1,71 naar 1,43 – niet voldoende om ons land ‘overeind te houden”. Dan zou het geboortecijfer namelijk 2,1 moeten zijn. Hebben deze twee gegevens iets met elkaar te maken en, voor ons belangrijk, zou de school daarbij iets kunnen betekenen?
Misschien is het verstandig ‘het spoor terug” even te bekijken. De gezinnen waren in ieder geval tot aan de jaren zestig, aanzienlijk groter dan nu en kinderen groeiden dus veel meer met elkaar op, ook in de straat en de nieuwbouwwijk. De sociale verbanden van kerk, buurten en vakbonden functioneerden nog, het verenigingsleven bloeide. Scholen waren belangrijk en waren niet groot, niet in het lager onderwijs en niet in het voortgezet onderwijs.
Grote scholen hebben ouders ook nooit gewild, wel sommige politici en onderwijskundigen. En ieder geval de managers. Er was behoefte, in die tijd, aan meer vrijheid, ook in het onderwijs. Vroeger sprak je van klasseverband, nu van keuzevrijheid. Het lijkt erop dat we in de hele maatschappij voor die vrijheid gekozen hebben, zoals ook de vrouwen die ervoor kiezen, weinig of geen kinderen te krijgen.
Jolanda van Gerwen zegt dat het van belang is dat we een netwerk hebben, maar de huidige ontwikkeling lijkt te bewerkstelligen dat er steeds minder netwerken zijn, minder familiebanden, minder groepsverbanden. Dat maakt ons wellicht vrijer maar niet gelukkiger. De ‘sociale media” lijken de communicatie te vergemakkelijken maar ondertussen ook te bevorderen dat men langs elkaar heen leeft.
Ondertussen is de mens een sociaal wezen. En dat kan alleen functioneren door om te gaan met soortgenoten. Het familieverband is daarbij primair van belang, maar als het aantal kinderen zo klein is en het aantal echtscheidingen zo groot wordt op een gezonde manier opgroeien erg moeilijk. De ervaring leert dat een goed functionerende school veel kan betekenen voor leerlingen, ook om te compenseren wat er bij de kinderen thuis fout is gegaan of ontbreekt. Samen dingen doen, samen spelen, samen leren, samen werken. Wij moeten dat heel belangrijk vinden. Meer dan nu gebruikelijk is.
J.C. Traas