Troebel water

Ik kan me nog de tijd herinneren dat hoofden van lagere scholen uitstekende studieadviezen gaven voor het vervolgonderwijs. Het waren bovenmeesters die al flink wat jaren op dezelfde school werkten en als hoofd meestal de de hoogste klas of klassen voor hun rekening namen. Ik weet niet of de huidige directeuren van basisscholen die nu via radio en televisie zulke mooie complimenten krijgen, ook zo functioneren.

Het advies van zo’n schoolhoofd was betrouwbaar en kon dat ook zijn omdat niet alleen in het basisonderwijs rust en stabiliteit heerste maar ook in het middelbaar onderwijs. De inhoud van de vakken was redelijk stabiel evenals het eindexamenniveau. Die situatie is nu niet meer aanwezig. Als er nog leerkrachten in het basisonderwijs zijn die
ervaring en inzicht hebben kunnen ze onmogelijk overzien wat hun pupillen gaan tegenkomen in het voortgezet onderwijs.

Daarom is het beter, als er dan toch geadviseerd moet worden, gebruik te maken van landelijke toetsen als toelatingsselectie . Weliswaar komen leerlingen daarna evengoed in het troebele water van het voortgezet onderwijs, maar als de toetsing ook de kenmerken heeft van een IQ-test weet men in ieder geval wat men van de leerlingen zou kunnen verwachten.

Een methode die vroeger ook gebruikt werd was die van het toelatingsexamen. Ook een heel gedoe natuurlijk maar het legt wel de verantwoordelijkheid bij de ontvangende school, met de gedachte daarbij “als je bij ons wordt aangenomen voelen wij ook de
verplichting om te zorgen dat je de school kunt doorlopen , mits je de nodige inspanning levert.” Maar, zoals gezegd daar is de toestand natuurlijk veel te troebel voor. Er is ondertussen weer een nieuw en groot rapport over het onderwijs verschenen, ditmaal ondertekend door belangenbehartigers van zowel leraren als schoolbesturen.

Aleid Truijens schrijft hierover dat “er reden genoeg is om dit rapport te wantrouwen. De bestuurders hebben de afgelopen twintig jaar laten zien dat de kwaliteit van het onderwijs bij hen niet in goede handen is en dat zij de belangen van de leraren onvoldoende dienen.”
Zo is het natuurlijk. Van dat soort mooipraters en opportunisten is het onderwijs tot nu toe alleen maar slechter geworden. Wie door het optreden van slechte adviseurs bijna failliet is geraakt wil toch niet met diezelfde figuren verder gaan?

J.C. Traas