Dertig procent

Ik hoorde pas een nieuwsbericht dat meedeelde dat nu uit internationaal onderzoek blijkt dat 30% van de vijftienjarigen ‘laaggeletterd’ is. Enkele jaren geleden was het 25%. Dit is heel slecht nieuws. Het is nog minder geworden. Heel erg voor de betrokken leerlingen. Want het ziet er naar uit dat zij voor hun hele leven een achterstand hebben opgelopen en dat moeten voelen.

Misschien vinden ze wel een baan, maar ze zijn steeds in het nadeel ten opzichte van de heersende bureaucratie die hun niet toestaat greep te krijgen op het eigen leven, ten opzichte van politici die hun stem wel kunnen gebruiken maar zich verder niet om hen bekommeren, ten opzichte van makelaars, verzekeraars, zorgaanbieders enz.

En dat terwijl het niet hoeft. Als het onderwijs goed is, zoals het eens geweest is, kunnen ook veel leerlingen die niet erg begaafd zijn , wel degelijk ‘meer mondig’ gemaakt worden en volledig meedraaien in de samenleving.

Ondertussen verkeert het onderwijs en blijkbaar in het bijzonder het basisonderwijs, in een langdurige crisis. Met meer geld en mooie woorden kan die crisis niet bestreden worden. Er moet schoonmaak gehouden worden.

Om te beginnen zouden vele duizenden begeleiders en managers gedwongen moeten worden herschoold, voor een baan in het onderwijs, voor de klas. Driekwart van het administratieve werk dient geschrapt te worden, dat scheelt ook. Men moet streven naar kleine zelfstandige scholen – eventueel in samenwerkingsverband – met een eigen
directeur die ook zelf voor de klas staat.

Je zou kunnen zeggen dat scholen strenger moeten worden. Strenger wat betreft het bereiken van doelen ( lezen, schrijven, rekenen), het nuttig gebruiken van de beschikbare tijd, het aanleren van discipline, en ook strenger ten opzichte van al die mensen die de school willen binnendringen en het daar voor het zeggen willen hebben, – zoals ook
sommige ouders.

Men kan mij tegenwerpen dat ik blijkbaar zo’n zure oude criticaster ben die geen waardering kan opbrengen voor moderne ontwikkelingen. Daar zou ik dan tegenin willen brengen: als het nu zo goed is , waar blijkt dat dan uit?

J.C. Traas