Categorie archieven: Column J.C. Traas

Armoe troef?

Basisschoolleraren zijn een actie begonnen voor meer salaris, buiten de vakbonden om ( BN de Stem, 22 maart). Ze werken hard, maken veel kans op een ‘burn-out’ en hun salaris is gedurende langere tijd bevroren geweest. De status van het beroep is vrij laag, zeker voor mannen. Het is een bekend fenomeen: in tijden van bezuinigingen wordt in het onderwijs gekort op de leraarlessen of op het salaris van de onderwijsgevenden. Lees verder Armoe troef?

Drie leuke dingen voor de mensen

De dyslexiehoogleraar Anna Bosman  van de Radboud Universiteit in Nijmegen zegt dat dyslexie een gevolg is van slecht onderwijs. ‘Er wordt te weinig geoefend en er moet ouderwets gestampt worden’, meent zij. En ze krijgt bijval van collega-wetenschappers. ( BNDe Stem 9 febr. 2017).

De groei van het dyslexie-probleem ging ongeveer gelijk op met de afbraak van het klassikale, gedisciplineerde onderwijs in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Het zijn blijkbaar communicerende vaten. Een belangrijke factor is geweest dat dat de pedagogische academie veel minder kwaliteit had en aantrok dan de oude kweekschool. Lees verder Drie leuke dingen voor de mensen

Linksom of rechtsom, maar minder

Prof van den Berg, hoogleraar economie, zei over de verhoging van de pensioenleeftijd: ‘Het is nog maar de vraag of mensen veel langer gezond kùnnen doorwerken. Zware lichamelijke arbeid kan sowieso niet, dan heb ik het over geestelijke arbeid. De scherpte, concentratie en alertheid worden gewoon minder. De aanpassing van de hersenen gaat heel langzaam, terwijl de pensioenleeftijd snel stijgt. Het zou best kunnen dat mensen straks langer werkloos thuis zitten in plaats van langer doorwerken. Dan zou de verhoging van de pensioenleeftijd slechts een ordinaire bezuinigingsmaatregel zijn.’ ( BNDeStem, 28 december 2016).

Lees verder Linksom of rechtsom, maar minder

Tegenstrijdigheden

Hebben leerlingen op havo en vwo tegenwoordig een makkelijk leventje met veel vrij en een beperkte hoeveelheid leerstof of wordt er juist heel veel van de leerlingen gevraagd, zelfs zodanig dat ze er overspannen van raken? Mijn indruk is dat, hoe paradoxaal het ook lijkt, beide vragen bevestigend beantwoord kunnen worden.

Een deel van het antwoord haal ik uit een lezing van Riemke Leusink, rector van het Christelijk Lyceum Zeist, die zij hield voor de Vereniging van Classici Nederland. (Bulletin van de VCN, april 2016). Zij merkt op dat veel kinderen niet goed leren met teleurstellingen en tegenslagen om te gaan. En zegt dan: ‘Er wordt vaak gepleit voor meer maatwerk: het onderwijs moet zich aan het kind aanpassen en niet andersom. Alle onderwijs moet ‘passend’ gemaakt worden. Kinderen krijgen vrijstellingen voor onderdelen die ze moeilijk vinden. Veel docenten vinden dat er niet op spelfouten gelet moet worden, want dan rem je de talige creativiteit. Kinderen hoeven betrekkelijk weinig feiten te leren (weinig ‘stampen’). Ik zat vroeger gemiddeld drie uur per dag aan mijn huiswerk, dat mag nu niet meer dan anderhalf uur zijn. Studenten aan de universiteit besteedden in 1961 nog 24 uur per week aan hun studie (buiten de colleges om) en nu nog maar 14 uur per week. De rest van hun week gaat vooral naar gezelligheid. De meeste vakken zijn de afgelopen jaren makkelijker geworden, zo hoor ik van docenten. De exameneisen zijn omlaag gegaan.’ Lees verder Tegenstrijdigheden

Lekker makkelijk

Het nieuws dat kinderen van laagopgeleide ouders – gelet op hun Cito-score – vaker een laag schooladvies krijgen dan kinderen van hoogopgeleide ouders, heeft veel aandacht gekregen in de media. Alleen al in NRC-Handelsblad van 16 april levert het vier artikelen op plus een hoofdartikel. Andere kranten zullen er ook over geschreven hebben.

Maar hoe? Eén van de artikelen  in NRC Handelsblad lijkt wel overgeschreven uit de knipselkrant van de jaren zeventig van de vorige eeuw. De redactrice Juliette Vasterman schrijft zonder aarzelen op: ‘Uit onderzoek blijkt dat de ongelijkheid tussen sociale milieus groter is in landen waar men vroeger selecteert.’

Hier kun je wel tien vragen over stellen maar het komt in feite neer op een hernieuwd pleidooi voor de middenschool. Maar ja, dat is al in de jaren zeventig en tachtig geprobeerd – en het is niet gelukt, en evenmin het voortgezet basisonderwijs en de verlengde brugperiode. Het is allemaal bekend, het is rijk gedocumenteerd. Maar kennis van het verleden is blijkbaar geen vereiste voor iemand die over het onderwijs schrijft. Lees verder Lekker makkelijk

Daar kon je op wachten

Daarmee doel ik op het bericht dat leerlingen van groep 8 van de basisschool vorig jaar gemiddeld een hoger schooladvies kregen dan de eindtoets van het Cito aangaf. En aangezien het advies van de school doorslaggevend is betekent dit een toename van het aantal havo- en vwo-leerlingen in het middelbaar onderwijs (De Volkskrant, 21 januari).

Ik heb nooit begrepen dat in 2015 het systeem dat de toelating tot het voortgezet onderwijs regelt, veranderd moest worden. Zo’n vijftig jaar lang had de ‘objectieve’ toets van het Cito gezorgd voor een gelijke maatstaf voor alle basisschoolleerlingen en bijgedragen tot een zekere handhaving van het basisschool – niveau door de jaren heen en plotseling werd dit redelijk betrouwbare instrument vervangen door het oordeel van de onderwijzer.

Lees verder Daar kon je op wachten

Bevlogen leraar is overbodig

In NRC Handelsblad van 30 november het verhaal van Martin Broersen, een leraar die op het verkeerde moment op de verkeerde plaats was. In het begin van de jaren tachtig kon hij als leraar nog goed functioneren, zijn kennis en zijn idealisme in de praktijk brengen. Hij was enthousiast voor de Nederlandse literatuur, droeg de Gijsbrecht van Vondel voor, stelde eisen.

Maar door de maatregelen van Deetman en Netelenbos werd het opleidingsniveau van leraren aangetast. Nieuwe leraren vonden literatuuronderwijs onbelangrijk – ze dachten heel anders over de kwaliteit van het onderwijs. Broersen kreeg te horen dat hij geen leraar meer was maar coach. Lees verder Bevlogen leraar is overbodig

Verheffingsmachine

Mevr Bussemaker, de minister van Onderwijs, meent ‘ dat de verheffingsmachine die het onderwijs heel lang geweest is, bedreigd wordt.’( Trouw, 28 oktober)

Hoewel zij niet voor een stelselwijziging pleit ( de middenschool) is zij toch bezorgd over de huidige ontwikkelingen: ‘De opdracht van het onderwijs is om grote tegenstellingen tussen groepen mensen tegen te gaan. Het onderwijs moet een plek bieden voor binding in de samenleving.’( Trouw, 28 oktober)

Een mooi ideaal, dat moet gezegd. Maar in Nederland hebben wij vrijheid van onderwijs, juist om verschillende groepen de gelegenheid te geven hun eigenheid te beleven en zich te profileren, zoals onder andere Islamitische scholen dat doen. Naast deze vrijheid op basis van levensovertuiging heeft de overheid aan de scholen een grote mate van autonomie gegeven. Vanaf de jaren negentig beslissen de schoolbesturen in belangrijke mate over de hoogte van het salaris, de bevoegdheid van leraren en de besteding van het budget.

Mevr. Bussemaker weet waarschijnlijk wel wat veel besturen met die autonomie hebben gedaan: om te beginnen goed voor zichzelf gezorgd, met mooie directiekamers, meer assistenten, hogere salarisschalen. Sommige besturen gingen met geld spelen – en verspeelden het. Het gelag werd betaald door de leraren: grotere groepen of minder uren, of ontslag. Tja, zaken zijn zaken.

En wat gebeurt er als dientengevolge de leerlingen slecht voorbereid worden op het examen? Juist, dan gaan degenen van wie de ouders het kunnen betalen naar huiswerkinstituten en examentrainingen op commerciële basis.

Bovendien, doordat leraren, in het bijzonder academici, in het middelbaar onderwijs slecht betaald worden is het intellectuele niveau van de leraren  aan het dalen, trouwens ook in het hbo. Daar liggen lang niet alle schoolleiders wakker van: onbevoegde leraren en parttimers hebben veel minder snel kritiek op het beleid van de directie en dat is wel zo prettig.

Nu zou mevr  Busssemaker, die ons vanaf een statiefoto in Trouw vriendelijk verontschuldigend aankijkt , kunnen besluiten om de strijd aan te gaan met de besturen en de bekostigingssystematiek zodanig aan te passen dat de leraren erop vooruit gaan, niet alleen in salaris en arbeidsvoorwaarden maar ook in status en rechten. En dan zouden ze misschien ook aanspreekbaar worden voor idealistische oproepen – maar aan een drenkeling ga je niet vragen om het Wilhelmus te zingen.

Mevr Bussemaker kan en wil er niets aan doen: ’ Het werkt niet om van bovenaf veranderingen op te leggen, Ik wil eigenaarschap ( sic) van scholen stimuleren.’

Dan moet je ook niet zeuren.

J.C. Traas

Durft u het aan?

Lang geleden vertelde de kastelein van café Zwarts in Amsterdam mij, dat hij zijn zoon had laten testen door Prof Waterink. Dat was destijds een bekende pedagoog.
Waterink’s conclusie was ongeveer als volgt: ‘Een aardige jongen, geen hoogvlieger maar hij kan een goede timmerman worden.” ‘En’, zei zijn vader: ‘dat is hij ook geworden’.

Zo gaat het dus niet meer. De meeste ouders willen méér voor hun kinderen. De kop boven een artikel in NRC Handelsblad van 11 augustus is: ‘Dat kind móet en zál slagen.’ Ouders geven steeds meer geld uit om hun kind een zo hoog mogelijk onderwijstype te laten volgen. In het Nederlandse ‘middle-class’ milieu is vwo de norm geworden. Als de ouders eraan twijfelen of hun kinderen het beoogde niveau wel aankunnen, zijn er tal van mogelijkheden: huiswerkbegeleiding, bijles, examentraining enz.
Het kind wordt ‘maakbaar’ geacht en moet dus op het hoogste niveau gebracht worden. Het moet ‘hoogopgeleid’ worden anders is er sprake van een mislukking. Lees verder Durft u het aan?

Intellectueel en elitair

Het Haagse gymnasium ‘Sorghvliet’ zal niet ontevreden zijn  met de gratis publiciteit die de komst van de kroonprinses met zich mee brengt. De journalist David Bremmer, zelf oud-leerling, probeerde wat meer te weten te komen over deze school (BN DeStem, 22 augustus). De inlichtingen die hij kreeg zijn voor de doorsnee lezer ongetwijfeld zeer bevredigend, voor iemand die het onderwijs van binnen en van buiten kent, enigszins bedenkelijk.

Eén van de leraren, een classicus, noemt als pré van deze school ‘ het aantal afvallers dat vergeleken met andere gymnasia extreem laag ligt.’
Zo, dat is mooi. Komt dat door een streng toelatingsbeleid? Of door aanpassing van de eisen? Lees verder Intellectueel en elitair