Brutale vlerk

Het Tweede-Kamerlid Duisenberg ( VVD ) schaart zich in de rij van politici en bestuurders  die leraren kleineren en de schuld geven  van de problemen in het onderwijs. Het gaafste voorbeeld was tot nu toe dhr Deetman, als minister de man van de grote salarisverlagingen in het voortgezet onderwijs,  die daarover ontstemde leraren zalvend voorhield: ‘Het heeft alles te maken met de bereidheid je voor de samenleving in te zetten.’

Het Kamerlid Duisenberg meent dat minder dan de helft van de leraren geïnspireerd is ( Trouw, 10 juni ). Hij wil dat de Kamer vandaag afspreekt dat over vijf jaar alle leraren goed kunnen lesgeven èn kunnen omgaan met verschillen in de klas.

Eerst even een vraag: van welke beroepsgroep wordt ook gevraagd dat zij geïnspireerd is? Het klinkt wel mooi ( denk aan een tandarts, een monteur, een rijschoolhouder) maar in het algemeen zal de voorkeur toch uitgaan  naar iemand die zijn werk goed doet, al of niet geïnspireerd. En of iemand zijn werk goed doet hangt niet alleen af van zijn vakkennis maar ook van de omstandigheden waaronder hij of zij moet werken.

Om een voorbeeld te geven. Een dag later bericht de krant over de val van het ROC Leiden. Een citaat: ‘Terwijl het management van ROC Leiden druk is met de nieuwbouw wordt een sterke groei van 8000 naar 9000 leerlingen opgevangen door de klassen te vergroten. Op personeel wordt bezuinigd, de onderwijsresultaten hollen achteruit.’( Trouw , 11 juni)

En op dezelfde dag een bericht uit het basisonderwijs: over de invalkrachten die al of niet een vast contract aangeboden krijgen. Scholen zeggen dat niet te kunnen betalen: hun personeelsbudget gaat op aan de basisformatie en invallers moeten maar zien of er ergens een baantje voor hen is. Enfin, de Wet Werk en Zekerheid is een jaar uitgesteld. ( BN DeStem, 11 juni ). Volgend jaar kan de krant er weer over schrijven.

Wat ik zou willen zeggen tegen die meneer Duisenberg is dat hij , in sterke mate, de problemen en onvolkomenheden toeschrijft aan mensen die heel vaak in zodanige omstandigheden moeten werken – en dat al vele jaren – dat hun motivatie onherroepelijk is aangetast.

Waarschijnlijk heeft de heer Duisenberg daar geen trek in maar hij zou zich beter eens kunnen verdiepen in de vraag waaróm zo veel leraren hun baan zo zwaar vinden, waarom zo velen overspannen  raken, waarom het bereiken van de pensioenleeftijd zo moeilijk is.

Zolang het onderwijsbeleid mede bepaald wordt door lieden als deze Duisenberg, die daar geen flauw benul van hebben, blijft het leraarsberoep zwaar en voor velen een kwestie van overleven.

J.C. Traas